
Hélène Mercier, een voorvechtster van gelijke kansen voor vrouwen, opent in 1892 haar eerste buurthuis. Haar organisatie noemt ze 'Ons Huis'. Mercier komt uit een redelijk welvarende familie en komt in aanraking met mensen als Aletta Jacobs (de eerste vrouwelijke doctorandus) en Arnold Kerdijk, fractievoorzitter in de Tweede Kamer van de radicale Liberale Unie.
Ons Huis was het eerste buurthuis op het Europese vasteland en was gevestigd in de Rozenstraat, in de Amsterdamse Jordaan. Mercier wilde dat arbeiders hier hun maatschappelijke kansen konden vergroten, los van politieke of religieuze stromingen en bovendien: op een niet neerbuigende manier.
Tot de Tweede Wereldoorlog groeide Ons Huis fors. De stichting hield er dertien buurthuizen in heel Amsterdam op na. Tijdens de hongerwinter in 1944-1945 kreeg de stichting het voor elkaar om meer dan honderd kinderen de stad uit te krijgen en op het platteland onder te brengen, waar de voedseltekorten minder groot waren. Ook zette de organisatie illegale gaarkeukens op.
Na de oorlog wordt er met nieuwe energie aan Ons Huis gewerkt. De overheid krijgt een steeds grotere bemoeienis met het buurtwerk, omdat de subsidies hoger worden. Door de forse groei van Amsterdam in de jaren vijftig en zestig, groeit ook het aantal buurthuizen van Ons Huis.
Sinds de jaren zestig bestaan er plannen om de verschillende buurtorganisaties die zijn ontstaan, allemaal een eigen werkgebied te geven. Halverwege de jaren tachtig, een tijd van bezuinigingen en hervormingen, is deze herverdeling een feit. Ons Huis, voortaan Stichting Welzijn Westelijke Tuinsteden geheten, gaat zich bezig houden met Nieuw-West. Andere producten, zoals Maatschappelijk Werk en Kinderopvang worden bij de nieuwe stichting ondergebracht.
In de jaren zeventig, tachtig en negentig wordt het werk professioneler en wordt er bovendien fiks bezuinigd. Subsidiegevers willen resultaten zien, die worden gemeten met prestatieafspraken. Ook de bevolking van Nieuw-West verandert ingrijpend. Daarnaast ontstaan stadsdelen en Nieuw-West wordt uiteindelijk verdeeld in vier deelgemeentes.
Rond de eeuwwisseling raakt Impuls in zwaar weer en verdwijnen er vijfhonderd banen. Stadsdelen investeren steeds minder in het traditionele welzijns- en buurtwerk. Dat dwingt Impuls om nieuwe markten aan te boren. Bovendien moet de kinderopvang vanaf 2005 commercieel worden geëxploiteerd.
Impuls vindt de nieuwe markten en gaat onder meer vier jongerenwerkplaatsen beheren voor cliënten uit de hele stad. Bij deze werkplaatsen worden 'moeilijke' jongeren klaargestoomd voor werk of een opleiding. Tegelijkertijd krijgen zij hulp bij hun (vaak uiteenlopende) persoonlijke problemen.
In juni 2007 heeft Impuls de namen van 22 kinderdagverblijven en locaties voor buitenschoolse opvang omgedoopt tot ‘groeilocaties’. Vanaf dat moment begint elke naam met het woord ‘groei’ en eindigt de naam met een omgeving. Met de naamswissel wilde Impuls de samenhang tussen de locaties benadrukken. Het Groeiland, Het Groeikasteel en De Groeituin maken deel uit van dezelfde Impulsfamilie. Elke locatie is op deze manier herkenbaar als onderdeel van een grote kinderopvangaanbieder. Ook wil Impuls zo duidelijk maken dat op elke locatie dezelfde kwaliteit van dienstverlening geldt.
Het boek Ons Huis, honderd jaar buurthuiswerk in Amsterdam (177 pagina's) is voor 15 euro te bestellen via impuls@impuls.nl.
